De Steenuil is door Sovon en de Vogelbescherming gekozen tot Vogel van het jaar 2026. Dit biedt een goede aanleiding om te bekijken hoe het dit sympathieke uiltje vergaat in ons werkgebied. Aan het begin van deze eeuw leek de soort hier vrijwel te zijn verdwenen, maar gelukkig blijkt dat beeld te somber.
In de onderstaande tabel worden gegevens over een lange periode weergegeven.
| 1936 -70 1) | 1971- 85 2) | 1991 – 93 3) | 2025 4) | |
| Eempolder | 2 | 0 | 7 | 6 |
| Heuvelrug | 15 | 1 | 0 | 0 |
| Vechtplassen/Naardermeer | 3 | 1 | 2 | 0 |
| Westelijke weilanden | 3 | 5 | 15 | 3 |
Tabel 1. Aantal territoria van de Steenuil per tijdvak
1) Jonkers et al. 1987
2) Jonkers et al. 1987
3) van de Weijer 1993
4) voornamelijk waarneming.nl
We zien dat de soort in de Eempolder met 6 territoria nog goed is vertegenwoordigd. Elders is het beeld echter minder positief. In de Vechtplassen en de zandgronden van de Heuvelrug is de soort verdwenen. In de westelijke weilanden is de soort sterk afgenomen van 15 naar 3 territoria. De waarneemintensiteit is in deze zone echter relatief laag, zodat het werkelijk aantal mogelijk (aanzienlijk) hoger ligt. Al met al lijkt de Steenuil zich vooral te handhaven in de weidegebieden, terwijl hij in andere landschapstypen verdwijnt.
De Steenuil heeft een zeer divers dieet met een breed scala aan prooidieren, voornamelijk grote insecten (zoals meikevers, mestkevers, rupsen, engerlingen, loopkevers), kleine zoogdieren (muizen, woelratten), regenwormen, maar ook kleine vogels (mussen, spreeuwen), kikkers, salamanders en zelfs vleermuizen. Hoe breder het aanbod aan prooien, hoe minder gevoelig Steenuilen zijn voor aantalsfluctuaties van een afzonderlijke prooisoort. Met name in het broedseizoen, als er veel prooi nodig is, is dit van belang (van Bremer et al. 2009). Muizen vormen tijdens de leg- en broedperiode op basis van de biomassa de belangrijkste prooigroep (Harxen en Stroeken 2023). Dit zou kunnen verklaren dat de Steenuil in ons werkgebied zo gebonden is aan de weidegebieden, waar veldmuizen nog veel voorkomen. Het verdwijnen van de Steenuilen in de bosgebieden op de Heuvelrug kan samenhangen met de afname van grote insecten zoals meikevers, waardoor het voedselaanbod mogelijk onder een kritieke grens is gezakt. Opvallend is dat deze ontwikkeling afwijkt van de landelijke trend: Sovon constateert dat de Steenuil het juist op zandgronden beter doet dan op kleigronden.
Er is dan ook alle reden om de Steenuil in onze regio in 2026 extra aandacht te geven, met name in de witte vlekken in de westelijke weilanden. Via Sovon is het mogelijk een telgebied te claimen en daar een gerichte inventarisatie uit te voeren. Hopelijk kunnen we op deze manier een betrouwbaarder beeld krijgen van de verspreiding van de Steenuil in ons werkgebied.
Tekst: Dirk Prop
Foto: Steenuil in Eempolder (Marcia Bijleveld)
Literatuur:
Van den Bremer L., R. van Harxen R. & R. Stroeken 2009. Terreingebruik en voedselkeus van broedende Steenuilen in de Achterhoek. Sovon-Onderzoeksrapport 2009/02. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.
Jonkers D.A., R.A. Kole & J. Taapken 1987. Vogels tussen Vecht en Eem. Uitgave Vogelwerkgroep Het Gooi en Omstreken
Harxen R. van & P. Stroeken 2023. Steenuilen gedijen bij muizen en meikevers rond het nest. De Levende Natuur, jaargang 124 nr 3.
Weijer F.H. van de 1993. Steenuil tussen Vecht en Eem. De Korhaan jaargang 29 nr 5.


Geef een reactie