Frank van de Weijer en ik kijken elkaar verbaasd aan als we weer de luide baltsroep van een steenuil over de weilanden van de Zuidpolder horen klinken. We hebben gehoopt in de westelijke Eempolders enkele territoria te kunnen vaststellen, maar dit is al nummer negen. Dit is boven verwachting, of zoals het tegenwoordig heet ‘ongekend’.
In het kader van het Jaar van de Steenuil doorkruisen we op twee windstille avonden in februari de Eempolder. Op afstanden van zo’n 500 meter laten we telkens via een speaker enkele malen de baltsroep van de steenuil horen, om een reactie uit te lokken. Deze methode moet met grote terughoudendheid worden toegepast omdat het produceren van het baltsgeluid de territoriumeigenaar misleidt en dus verstorend werkt. Het gebruik ervan is daarom alleen geoorloofd bij gerichte inventarisaties, en het is zaak direct te stoppen zodra een uil reageert. Enkele malen is afspelen niet eens nodig, omdat we de uil spontaan horen roepen. Het geluid van de uiltjes draagt honderden meters ver. Vooral een half na zonsondergang is er veel activiteit. De snelheid waarmee de uilen reageren varieert: soms klinkt direct al de balts- of alarmroep, maar meestal duurt het enkele minuten. Ongetwijfeld blijven er ook steenuilen stil, waardoor het door ons vastgestelde aantal van negen territoria waarschijnlijk een onderschatting is.
Bij Eemnes horen we boven ons het zachte, nasale geluid van een andere uilensoort: het kenmerkende geluid dat een vrouwtje ransuil op het nest maakt, in dit geval een oud eksternest. Bij de volgende kruising roept een bosuil. Behalve alle nachtgeluiden is er ook het nodige te zien dankzij onze nachtkijker. Zo zien we twee luid roepende steenuilen op paaltjes in een weiland van de Noordpolder zitten. De nachtkijker toont ook talrijke hazen, die als wit oplichtende poolhazen door het beeld bewegen. Boven ons in een eik neemt een kerkuil poolshoogte en even later scheert er een velduil langs.
Frank was in de vorige eeuw coördinator van de steenuilenwerkgroep van de VWG en heeft destijds veel tellingen en nestkastcontroles uitgevoerd. Begin van deze eeuw trof hij in de nestkasten van alles aan maar steeds minder steenuilen en na enkele vruchteloze jaren heeft hij de werkgroep opgeheven. Voor hem is het des te verrassender om deze revival van de steenuil mee te maken.
Wat de oorzaak van deze opleving is, is speculatief. Steenuilen worden vaak geassocieerd met rommelige erven, maar wat men ook van de boeren in de Eempolder mag vinden: veel rommel maken ze niet. Waarschijnlijker is dat een toename van de veldmuizen de steenuilen in de kaart heeft gespeeld. De verlaging van de grondwaterstand is voor de weidevogels slecht uitgepakt maar voor muizen zijn de droge weilanden juist een aantrekkelijk biotoop. De één z’n dood is de ander z’n brood. Dit jaar is het zelfs een zeer goed muizenjaar (‘ongekend!’), dus het belooft een goed broedseizoen te worden. Alle seinen staan op groen voor de steenuil.
Moet nu iedereen voor de steenuilen naar de Eempolder trekken? Het lijkt mij niet. Niet alleen omdat de boeren nog maar net zijn bekomen van het massale velduiltoerisme bij Eemdijk, maar vooral omdat de steenuil weinig zichtbaar is. Er zijn enkele bekende plekken waar ze vaak worden waargenomen, maar meestal zitten ze onopvallend achter op het erf buiten het zicht vanaf de weg. Zinvoller is het om ook in de weilanden in het westen van ons werkgebied een vergelijkbare inventarisatie uit te voeren. We kunnen dan een volledig beeld krijgen van het voorkomen van de steenuil in onze regio. De laatste integrale inventarisatie dateert uit 1993 (zie het verslag van Frank in de Korhaan van 1993). Heb je informatie of wil je advies, mail dan naar broedvogels@vwggooi.nl
We horen het graag.
Tekst: Dirk Prop
Foto: Linda Heus (Steenuil in Eempolder)


Laat een antwoord achter aan Johan Elders Reactie annuleren